1925 - 1934

  • 1925
  • 1926
  • 1927
  • 1928
  • 1929
  • 1930
  • 1931
  • 1932
  • 1933

Het jaar onzes heren 1925

Een volk, dat de grote mannen uit zijn geschiedenis niet eert, is als een mens, die zijn ouders verloochent.

Voor het reconstrueren van de KOSK geschiedenis heb ik gelukkig al heel wat bronnen in mijn bezit. Het merendeel van het materiaal is afkomstig van het archief van Michel Masschaele. Michel, een veel te vroeg overleden toffe gast en goeie schaker, zou zeker blij zijn dat zijn zorgvuldig bijgehouden materiaal nu kan dienen als basis voor deze terugblik. In zijn archief zat dus het eerste exemplaar van 'Pat' en groot was mijn vreugde toen ik het onderwerp van het allereerste artikel opmerkte: een overzicht van de geschiedenis van de club! Aan de hand van verhalen en anekdotes reconstrueert schrijver Richard Boddaert de beginjaren van de KOSK. Ik zal jullie laten meelezen in het verhaal van Boddaert en hier en daar even stilstaan bij de scans.

 

 

De eerste 25 jaar van onze geliefde club is uiterst boeiend om te lezen. Je moet je voorstellen dat schaken in die tijd zo mogelijk nog minder populariteit genoot dan nu (in België dan toch). Toch besloten enkele moedige creatieve geesten een club op te richten, we zijn hen er nog altijd dankbaar voor.

 

 

Zoals jullie kunnen lezen was de KOSK in den beginne gekend als OSK. Wij hebben het geluk gehad, of we waren zodanig goed, dat we na 25 jaar het epitheton ornans ‘Koninklijk’ kregen. Een vereniging kan tegenwoordig de titel ‘Koninklijk’ pas verkrijgen als ze minstens 50 jaar bestaat. Er wordt daarnaast ook met andere criteria rekening gehouden (zoals : goed beheer, niet-winstgevende doel dat wordt nagestreefd, vitaliteit en bestendigheid van de vereniging). We moeten voor de geschiedenis van de OSK dus afgaan op het geheugen van Boddaert. Geschiedenis is sowieso niet echt wat is gebeurd, maar wat mensen zich herinneren, dus laat ons hier niet te veel zorgen over maken.

Met de hulp van Rudy Defour zijn we te weten gekomen wat een ‘karottentrekker van het piottenkamp’ is :
Een beetje hulp met jullie West-Vlaams lijkt aangewezen : een piot is volgens Wikipedia een rangloze militair, veelal een soldaat in opleiding. Toen er vroeger verplichte militaire dienst was moest elke nieuw opgeroepene eerst naar een medische keuring,daar kreeg je ook je militaire kledij en uitrusting en je verbleef enkele maanden in een ‘opleidingskazerne’ als piot of nieuwe rekruut. Het piottenkamp is dus deze opleidingskazerne.

Een karottentrekker is een creatieve ‘plantrekker’ die heel wat trucjes kent om aan lastige of vervelende karweitjes onderuit te komen, een zeer nuttige eigenschap in het leger en blijkbaar een begrip dat reeds met de vroegste geschiedenis van de KOSK is verbonden.

Met het verzamelen van wortelen heeft dit begrip bijzonder weinig gemeen, hoogstens dat het schillen of versnijden van wortelen voor de soep één van die weinig aantrekkelijke taken was, waar een piot aan wilde ontsnappen.

De oprichters van de OSK waren dus R. Boddaert en F. Dehondt. Heeft er iemand wat meer info (of indien mogelijk een foto) van deze founding fathers?

Als het voor de aandachtige lezer wat tegensteekt, lees dan nogmaals het volgende: ‘oordeelt niet te haastig, in de schouwburg komt het schoonste gewoonlijk in het laatste bedrijf’.

Ter herinnering, de laatste zin was als volgt: ‘Wie had ooit kunnen denken dat op deze heugelijke dag de O.S.K. zou ….

 

 

Lees nog eens de eerste alinea: toch schitterend gewoon! Laat ons verder trekken met onze wereldverbeterende pelgrim…

De voornaam van Dehondt was dus Fernand, blijkbaar al een sterk schaker. Ons allereerste clublokaal: Hôtel de la Vieille Tour, klinkt alvast veelbelovend. Wie heeft wat meer info over deze plaats?

Dehondt en Boddaert zetten op deze manier de eerste stappen en al vlug hierna werd de O.S.K. officieel gesticht op 11 september 1925. Dankzij Luc Winants heb ik ook een krantenartikel uit Le Soir van 27 oktober 1925 kunnen bemachtigen waar we inderdaad kunnen zien dat de club toen gesticht is:

 

 

De allereerste clubkampioen in 1925 was dus Fernand Dehondt, hij verlengde zijn titel in 1926 en zou in 1927 opgevolgd worden door Gooris. Bij het clubkampioenschap op deze website staat de volledige erelijst van de clubkampioen.

 

 

 

Enkele vraagjes:

1. Het allereerste bestuur: wie kan mij meer info bezorgen over deze mensen? Alles is welkom!
2. Het eerste clublokaal was dus “Hôtel de la Vieille Tour”, heeft er iemand hier nog wat meer informatie over?
3. 175 frank inzet, dit betekent dat de club 7 leden telde… de bestuursleden waren met meer (4) dan de gewone leden (3)… alle begin is moeilijk.
4. De namen van de eerste leden: R. Tratsaert, E. Gooris, Fernand Dehondt en A. Vanlierde als bestuursleden en Richard Boddaert, R.Scherpings en R.Patfoort als ‘gewone’ leden. Wie heeft er iemand van deze pioniers gekend of heeft er informatie over? Graag een mailtje naar bestuur@kosk.be.

 

 

Fantastisch om te lezen hoe het eraan toeging in 1925, niet? Zelf de zwarte vakjes van het schaakbord schilderen, stel je voor! Behalve als het bord uit donker hout bestond natuurlijk, want de aandachtige lezer zal wel beseffen dat dan witte vakjes dienden geschilderd te worden. Verder valt op dat de voorzitter nogal dictatoriaal handelde, de lezer merkt dat er intussen niet veel veranderd is. Grapje hé José, je bent de beste voorzitter die ik al heb gehad. In dit stuk kunnen we tussen de lijnen door ook al lezen wie de allereerste clubkampioen van Oostende was. Fernand Dehondt krijgt hierbij mijn postume (ik vermoed dat hij gestorven is) maar welgemeende felicitaties. Als we denken dat de vergaderingen er nu soms hevig aan toe gaan, lees dan nog even de laatste alinea‘s. Het lijkt klein bier ten opzichte van deze van 1925!

Nog een vraagje: Wat zou de schrijver bedoelen met ‘zekere politieke inzichten die niet overeenstemden met deze van de overige leden’? Ik denk rechtse, maar ben hier uiteraard absoluut niet zeker van.

 

 

De eerste (K)OSK voorzitter heeft het dus niet echt lang volgehouden en werd in 1925 als vervangen door een zekere Goris, die zoals jullie weten de volgende clubkampioen zou worden. De schrijver van dit stukje geschiedenis kreeg de functie van secretaris toebedeeld. Ik kon een lichte glimlach van herkenning moeilijk onderdrukken toen ik de volgende zin las. “Toen reeds zag ik in dat het schaakspel ingewikkeld was, maar dat de schaakspelers het nog meer zijn dan het spel zelf, wie zou het tegenovergestelde durven beweren?” Blijkbaar is er in al die jaren toch nog niet zoveel veranderd…

 

 

1926

Op het einde van het verslag van het jaar 1925 kunnen we lezen dat de club dus stelselmatig groeide: van 7 tot 40 in een jaar tijd! We lazen ook dat een eerste grote bekende naam lid werd: Bird! Wie wist dat deze meester in de Kosk gespeeld had? Een bord koste in die tijd dus 49,50 frank (ongeveer 2x het lidgeld, wat zou neerkomen op 160 euro voor een bord vandaag! – of, wat ook kan zijn, het lidgeld was vroeger veel lager). In 1926 speelde de kosk kampioen in de 3de categorie van de interclub.

Het beroep van voorzitter van de KOSK was blijkbaar uitputtend want na 4 maanden hield Goris het voor bekeken en werd hij vervangen door P. Redelé. Goris hield van schaken, maar niet van alle administratieve formaliteiten. Het was blijkbaar het begin van het bekend worden in de media van de club. Jammer genoeg werd de vrede weer verstoord door een jammerlijk herkenbare schaakruzie.

Kan iemand voor mij trouwens de franse zin ‘Si vous voulez du grabuge, prenez vos toges et soyez mes juges’ vertalen? En weet iemand of er toen in de club Frans, Nederlands of een mengvorm werd gesproken?

1927

1927 zal de geschiedenis ingaan als het jaar dat de club faam verwerft en uitpakt met een levend schaakbord!

Zoals eerder vermeld werd Gooris in 1927 clubkampioen, maar nog veel belangrijker : de OSK behaalde de titel van Vlaams kampioen (West- en Oost-Vlaanderen speelden blijkbaar in 1 reeks). In 1927 werd dus één van de meest fantastische activiteiten op poten gezet: een levend schaakspel!

Misschien liggen hier de wortels van de faam van de KOSK als uiterst degelijke organisator. In het vervolg kun je lezen wat ze allemaal nodig hadden om dit spektakel te verwezenlijken!

Je merkt : het enige wat we nu nog in overvloed hebben in de club zijn zotten en ezels :-) (voor diegenen die dit lezen : dit is uiteraard niet op jullie bedoeld, maar enkel op diegenen die de historiek van de kosk niet lezen). Eventjes voor de duidelijkheid : 400 vierkante meter is ongeveer de helft van de schaatspiste die je deze winter kon bezoeken op het wapenplein!

Het voornaamste doel om leden te winnen werd niet ingelost, maar de OSK verwierf wel eeuwige roem. We kunnen hier ook een belangrijke levensles lezen : vrouwen willen mannen aan de schoorsteen binden :-)

Het voorstel om je vrouw mee te nemen naar de club mag interessant zijn, maar kan ook een compleet tegengesteld effect hebben. Vooraleer je ervoor kiest je levensgezellin mee te nemen naar de club, of erger op schaakweekend, denk je best nog eens goed na.

Vraagjes:

1. Wie heeft er nog een oude foto van de plaats waar dit spektakel werd gehouden?
2. Wie zou meewerken mochten we nog eens een levend schaakspel willen tonen?
3. Wie kent nog figuranten die hebben deelgenomen aan dit levend schaakspel?

Het antwoord op de eerste vraag heb ik intussen teruggevonden. Op de foto‘s in bijlage zie je het Levend schaakspel op het terrein van de oude kazerne en de gevangenis op de hoek van de Aartshertoginnestraat en de Wittenonnenstraat (op achtergrond het Dominicanenklooster)

 

1928

In 1928 verlengde E. Gooris zijn titel van clubkampioen en slaagde de OSK er nogmaals in kampioen te worden in de derde reeks van de nationale interclub. Vanaf dan speelden ze definitief in tweede categorie. Het hoogtepunt van het jaar was echter een simultaan door de bekende grootmeester (die in 1932 jammer genoeg op de heel jonge leeftijd van 35 jaar stierf aan een slepende ziekte). Colle deed dit omdat de bestuursleden van de OSK heel wat opzoekingen hadden gedaan naar het graf van Meester McEvans (gaf zijn naam aan de opening het Evans gambiet en vooral aan onze huidige jeugdacademie van de KOSK). Evans woonde de laatste jaren van zijn leven op de Alfons Pieterslaan en ligt op het oud kerkhof begraven. Het graf van Evans werd in 2006 in ere hersteld. Klik hier om meer details te lezen hier omtrent.

 

Ook straf om te lezen dat we de enige club van West-Vlaanderen zijn die het volgehouden heeft. Blijkbaar waren ze in Kortrijk en Brugge al eens gestart, maar mislukten de projecten. Straffe gasten die Ostendenaren (beetje chauvinisme kan geen kwaad, zelfs niet van een ‘aangespoelden’ :-))

1929

1929 was een schitterend jaar voor de OSK op nationaal vlak. We veroverden immers de eerste plaats van het interclubkampioenschap in tweede en derde categorie. In een finale kregen we echter wel les van de blijkbaar erg sterke Antwerpse schaakkring. Meteen ook mijn eerste vraag mbt dit jaar : heeft er nog iemand documentatie over hoe het kampioenschap in deze jaren werd georganiseerd? Blijkbaar was er eerst een soort provinciale voorronde gevolgd door een finale tussen de sterkste ploegen van elke provincie.

In 1929 werd Omer Decoster voor de eerste keer kampioen, later zouden nog 6 titels volgen. Hiermee was Omer Decoster lang recordhouder, tot Albert Vandezande (10 titels!) dit record verbrak. Deze schrijver is momenteel bezig aan een poging om dit record nog wat scherper te stellen.

De (K)OSKers voelden zich niet echt thuis in het nieuwe lokaal en zouden na één jaar al een nieuwe locatie vinden in het Hotel Bristol, waar ze zich weer veel beter voelden. Ook nu nog is het een zegen om een eigen lokaal te hebben. Het regent binnen, kraakt aan alle kanten en heeft heel wat gebreken maar niets gaat boven een eigen plaatsje, een eigen ‘thuis’.

1930

In 1930 nam Dehondt revanche en werd voor de laatste keer alleen kampioen, het jaar daarop zou de titel voor de eerste keer gedeeld worden.

Het was een rustig jaar waarin de club traag maar zeker verder bleef groeien. Ik heb al heel wat interessante informatie gekregen van KOSK-leden en andere schaak(geschiedenis) liefhebbers (oa. GM Luc Winants, die zoals jullie weten af en toe les geeft in de club en een wandelende encyclopedie is op het vlak van schaakhistoriek. Ik heb nu al heel wat aanvullingen voor deze pagina’s, maar zal eerst proberen een kort overzicht te geven van alle jaren. Een 'rustig' schaakjaar als 1930 is gemakkelijk, maar al vlug zal de OSK weer op volle toeren draaien en zich ook verder profileren als uitstekende organisator.

Intussen nog enkele vraagjes :

1. Wie heeft nog oude foto’s of informatie van de toenmalige clublokalen : het eerste ‘Hôtel de la Vieille Tour’ gevolgd door een kort verblijf in 1929 in ‘Hôtel de la Marine’ en vanaf 1931 in ‘Hôtel Bristol’? Ook foto’s van ‘monumenten’ (= belangrijke spelers/bestuursleden) van de KOSK zijn uiterst welkom.
 
2. Mocht er nog iemand informatie hebben over de vroege geschiedenis van de KOSK (dus voor 1930), aarzel dan niet om contact op te nemen. We zullen u eeuwig dankbaar zijn.

1931

We vervolgen ons verhaal en nog steeds is Richard Boddaert onze trouwe gids, is er trouwens een kosker die hem of iemand van zijn familie kent? Ik ben hem alleszins heel dankbaar, zo moet ikzelf minder moeite doen om alles op te zoeken en te verwoorden.

In 1931 werd de titel van clubkampioen voor de eerste keer gedeeld, tussen Dehondt en Vanlierde. Pas 30 jaar later, in 1961, zouden er nog eens twee clubkampioenen zijn: Albert Vandezande en Roland Beyen, niet toevallig twee heel sterke koskers. Toen we in het jaar 2012 drie clubkampioenen hadden, heeft het bestuur beslist om vanaf dan het reglement opnieuw aan te passen (met extra testmatchen bij gelijke stand) waardoor er slechts één clubkampioen meer kon zijn. Dit maakt de titel misschien opnieuw iets specialer, ik vergelijk het met de legendarische Highlander-films: ‘there can be only one’ :-)). Wel straf dat er in de interclub slechts 2 Vlaamse ploegen speelden, blijkbaar was Gent toen ook al een heel sterke ploeg. Ik ben nog op zoek naar informatie over deze interclubontmoetingen, wie kan helpen?

De blindsimultaan van Koltanowski spreekt wel tot de verbeelding, hij verloor slechts 2 partijen waarvan ééntje van een zekere Couvreur (familie van Erwin?). Koltanowski was trouwens een absolute specialist in deze discipline. Volgens wikipedia speelde hij in 1937 in Edinburgh tegen 34 tegenstanders. Na 13,5 uur had hij 24 partijen gewonnen en 10 remise gespeeld. Dit wordt algemeen gezien als het record. Latere claims zijn niet controleerbaar gebleken. Toch zit in mijn een archief een artikel waar beschreven wordt dat hij op 4 december 1951 tegen maar liefst 50(!) tegenstanders speelde. Volgens dit artikel duurde dit 9 uren en won hij 43 partijen, 5 eindigden op remise en hij verloor er slechts 2. In december 1949 speelde hij ook een ‘gewone’ simultaan tegen 271 tegenstanders in 14 uur. De commentaar van Koltanowski: ‘Chess is relaxation for me’ :-). Hij schreef ook een schaakcolumn voor ‘The Chronicle’ en nam het op tegen de lezers van het magazine.

Zoals jullie merken was de ingewikkelde politieke structuur van ons land en opdeling in Belgische en Vlaamse geledingen van de schaakwereld al een probleem in 1931 en ik hoef jullie niet te vermelden dat dit onontwarbaar kluwen vandaag de dag nog altijd zorgt voor onnoemelijk veel problemen en frustraties bij vele schaakspelers. Deze chaotische structuur en het gebrek aan professionalisme zijn naar mijn mening belangrijke factoren om te verklaren waarom de schaaksport in ons land nog steeds niet doorgebroken is. Jammer want zoals jullie allen weten is het een fantastisch spelletje.

1932

We blijven onze gids R. Boddaert volgen om inzicht te krijgen in de beginperiode van onze geliefde (bij de meeste toch…) schaakclub. R. Boddaert zal zeker opgenomen worden bij de ‘schaakmonumenten’ op onze website. Dit zijn koskers die ofwel als bestuurslid ofwel als speler (of allebei) belangrijke stappen gezet hebben in de geschiedenis van onze club. Hierbij ook een oproep aan iedereen die nog foto‘s of andere informatie heeft over onze ‘schaakmonumenten’.

Elke club kent zijn hoogtepunten en dieptepunten en dit is voor de KOSK natuurlijk niet anders. Schakers zijn vaak individualistisch opgesteld en hebben typische hersenkronkels (vaak wat koppig en principieel denk ik, hoewel empirisch materiaal om dit te ondersteunen, lijkt te ontbreken). De problemen na het clubkampioenschap van 1932 (met Omer Decoster als winnaar) illustreren dit ‘mooi’.

Heel jammer dat Fernand Dehondt op die manier in mineur afscheid nam van zijn geliefde schaakclub (hij zou later na WOII wel nog terugkeren). Ik vermoed dat hij vaak spijt heeft gehad van deze beslissing maar schakers zijn nu eenmaal vaak koppige, principiële mensen. Ik hoop dat iemand mij het tegendeel kan bewijzen, stuur jullie opmerkingen maar door! We zien ook al een eerste afsplitsing van de OSK ontstaan, de reden hiervoor wordt niet echt vermeld. Het zou het best kunnen dat hier eveneens onvrede aan de basis lag, want verder in de geschiedenis zullen we dit fenomeen nog enkele malen opmerken.

Verder organiseerde de OSK een paastornooi (gewonnen door R. Boddaert) en een speciale interclubwedstrijd. De OSK had intussen een reputatie opgebouwd als sterke interclubploeg, maar moest toch nog steeds het onderspit delven tegen de KGSRL (die ook nu nog altijd de sterkste Vlaamse ploeg is). De OSK moest zich tevreden stellen met alweer de tweede plaats, net als het jaar erop.

Redelé die voorzitter was sinds 1926 liet de leiding van de kring varen, maar zorgde zelf voor een knappe opvolger met J. Viaene, die tot 1950 voorzitter zou blijven. De jonge snaak Teetaert die lid werd in 1931 (en pas lidgeld moest betalen vanaf zijn 18de in 1933, jeugdleden speelden toen gratis!) zou meer en meer clubwerk op zich nemen in de volgende jaren (eerst als secretaris, later als ondervoorzitter) en uiteindelijk voorzitter worden vanaf 1950.

Niet alleen bij de KOSK waren er dieptepunten, blijkbaar stond de hele Belgische schaakbond op de rand van de afgrond. Boddaert moest tussenkomen want blijkbaar was iemand er vandoor met het geld van de kas. Boddaert werd penningmeester van de BSB en ontpopte zich als voorvechter van onze provincie. l‘Histoire se répète want nog niet zo heel lang geleden ging penningmeester A.M. van de KBSB er vandoor met de centjes (maar liefst 100000 euro!). We hopen dat onze penningmeester voldoende verdient in zijn bank en de rekeningen van de KOSK niet plundert :-). Ter info een krantenartikel over de snode daad van de bejaarde sjoemelaar.

BRUGGE - De 68-jarige ex-penningmeester van de Koninklijke Belgische Schaakbond verscheen gisteren voor de Brugse rechter omdat hij tussen 2007 en 2009 stiekem de bondsspaarpot van honderdduizend euro leegplunderde. De gepensioneerde Bruggeling rijdt nu met zijn echtgenote twee krantenrondes per week om zijn schuld af te lossen.

De diefstal kwam twee jaar geleden aan het licht toen de vijfduizend leden tellende Belgische Schaakbond plots geld nodig had en aan A.M., de penningmeester met tien jaar trouwe dienst, vroeg om een bedrag vrij te maken van de spaarrekening. ‘Ik kon niet anders dan opbiechten dat ik die schijfje per schijfje helemaal had leeggemaakt’, zegt A.M., die liever anoniem blijft.

A.M. had een degelijke job als informaticus bij een bank maar was jarenlang ook verslaafd aan alcohol en medicatie zodat zijn gezin vaak zwarte sneeuw zag. ‘Bij mijn pensionering kreeg ik echter een mooi kapitaal uitgekeerd waardoor mijn vrouw haar droom kon waarmaken: een eigen boetiekje in het Brugse centrum.’

Toen de zaken bergaf gingen en het faillissement dreigde, deed A.M. een roekeloze zet door heimelijk een klein bedrag te ‘lenen’ van de Schaakbond. ‘Ik had nooit de bedoeling te stelen’, benadrukt hij, ‘maar wou met dat bedrag op de beurs snel winst maken en daarna het geld ongemerkt terug op de rekening zetten. Maar wie risico‘s neemt op de beurs, kan bedrogen uitkomen. Al snel moest ik een nieuw bedrag lenen en dan nog een. Ik kon dat ongehinderd blijven doen omdat ik ervoor zorgde dat inkomsten en uitgaven in evenwicht bleven en er nauwelijks controle was op de rekeningen. Zo kon ik aan de stevige spaarpot zitten die de bond door de jaren heen had aangelegd en al die tijd onaangeroerd bleef.’

‘Nog niet schaakmat’

Toen het bedrog uitkwam, werd de gepensioneerde penningmeester meteen aan de deur gezet. Toch ervoer de man ook een zekere opluchting. ‘Vier jaar lang liep ik rond met dat verschrikkelijke geheim. Niemand wist er iets van. Ik zei aan mijn echtgenote dat ik het zou begrijpen als ze me zou verlaten. Zij was het die me na twee dagen zei: ‘En nu gaan we samen werk zoeken om dat geld terug te betalen.’

Zo komt het dat het gepensioneerde koppel twee en soms drie keer per week een krantenronde doet in Brugge. ‘‘s Morgens ga ik 500 kilo kranten en folders halen met een huurauto. Daarna zijn we enkele uurtjes zoet met het verwerken van al dat papier in pakketjes die we daarna uitdragen. Met de fiets.’

Zo kan de man, die gisteren ook uitdrukkelijk zijn spijt betoonde aan de schaakbond, maandelijks een som van 500 euro aflossen. ‘Zolang de schaakbond redelijk is en geen deurwaarders op me afstuurt, heb ik beloofd mijn uiterste best te doen.’

Dat betekent dat de man nog ongeveer vijftien jaar zijn krantenrondes zal moeten blijven rijden. ‘Toch voel ik me gelouterd’, zegt A.M. ‘Het drama heeft mijn vrouw en ik zelfs dichter bij elkaar gebracht.’

En de Koninklijke Belgische Schaakbond? ‘Wij hadden die spaarpot aangelegd om enkele grote tornooien te organiseren’, zegt de nieuwe voorzitter Gunter Delhaes. ‘Die plannen hebben we noodgedwongen moeten opbergen. We hebben het lidgeld met vijf euro moeten verhogen en zelfs 25.000 euro moeten lenen van de Vlaamse federatie. Maar we blijven spelen. We zijn dan wel in het nauw gedreven maar schaakmat zijn we nog lang niet.’

De schaakbond vraagt geen celstraf. De advocaat van A.M. hoopt op een straf met uitstel voor haar cliënt die een blanco strafblad heeft. Uitspraak op 6 maart.

1933

In 1933 was het weer een wat rustiger jaar. De OSK werd steeds sterker en in het ongenaakbare Gent begonnen ze toch al wat schrik te krijgen van de kustboys. Omer Decoster bevestigde zijn status als sterkste speler van de OSK.

Zoals je in het onderstaand verhaal kunt lezen, heeft de OSK een belangrijke rol gespeeld in het overleven van de Belgische schaakbond. In het vorig deeltje konden jullie lezen dat het absoluut niet goed gesteld was met de BSB. 1933 is ook het jaar waarop de legendarische oud-voorzitter Teetaert voor het eerst lidgeld betaalde, want blijkbaar moest dit pas vanaf men meerderjarig was (dat waren nog eens tijden hé :-)). De leden met de langste staat van dienst waren natuurlijk oprichters Boddaert, Dehondt en Van Lierde (lid sinds 11/9/1925), en in de volgende jaren kwamen er steeds nieuwe mensen bij, telkens officieel op de eerste januari van het nieuwe jaar (bijv. A. Vanherreweghe op 1/1/1926 en F.Teetaert op 1/1/1931). Ik zal eens proberen uit te pluizen wie het langste lid is (nee, niet heeft) van de kosk, hebben jullie enig idee? De rol van Himpens bij de Brugse schaakkring en het schaakleven in onze provincie kan niet onderschat worden. Ik vraag mij af of er in Brugge ook zo een zot rondloopt die hetzelfde opzoekwerk verricht als ik, maar dan over de Brugse schaakkring. Ik ben benieuwd… 

© 2013 – 2017 Olivia & Michaël