1935 - 1944

  • 1935
  • 1936
  • 1937
  • 1938
  • 1939
  • 1940
  • 1941
  • 1942
  • 1943
  • 1944

1935-(begin) 1936

1935 was de aanloop naar de legendarische jaren 1936 en 1937 waarin Oostende weer de draad oppakte met de grote internationale tornooien. Daar gaan we uitgebreid op in, vandaar dat ik hier ook bondig de overige zaken uit 1936 zal bespreken. In 1935 werd er geëxperimenteerd door het clubkampioenschap in 1 reeks te laten spelen. Ook later is er nog heel veel op deze manier gespeeld, maar wanneer er veel spelers zijn zoals nu lijkt het toch voor de meesten interessanter om in reeksen te spelen. Omer Decoster kon zijn titel verlengen met het kleinste verschil.

 

 

 

In de zoektocht naar nieuwe leden werden allerlei strategieën uitgedacht waarvan de anti-blitzcampagne mij de opvallendste leek. Momenteel trekken blitztornooien het grootste aantal leden, maar misschien moeten ook wij op zoek naar een nieuwe strategie. Welk clublid helpt ons om een strategie te ontwikkelen om ons ledenaantal nog verder te boosten? De contacten met de wereldkampioen blindschaken Koltanowksi (zie vroeger) vormden de aanloop naar het internationaal tornooi. Eind 1935 kreeg de kosk te horen dat ze hun vertrouwde lokaal Hôtel Bristol dienden te verlaten. Begin 1936 kreeg de Kosk een nieuwe vestigingsplaats : namelijk Hôtel Universel (wie helpt mij voor meer informatie, ik heb het onderstaande gevonden op internet).

 

 

Neoclassicistisch hotel Chopin

Adolf Buylstraat 1A, Oostende (West-Vlaanderen) Adolf Buylstraat nr. 1A. Neoclassicistisch hotel, voorheen “HOTEL UNIVERSEL”, thans “CHOPIN”, uit het derde kwart van de 19de eeuw. Breed huis van vier traveeën en vier bouwlagen onder pannen zadeldak. Sober, bepleisterd en wit beschilderd gevelparement onder aflijnende houten gootlijst met tandlijstje. Rechthoekige vensters op doorlopende onderdorpels; gietijzeren borstweringen; tweede bouwlaag met balkon. Aangepaste begane grond.

 

 

Jammer genoeg was er ook treurig nieuws met het overlijden van erevoorzitter G. Verhaeghe (waar ik voor de rest jammer genoeg weinig informatie over heb gevonden), maar gelukkig werd E. Van Glabbeke bereid gevonden zijn functie in het bestuur over te nemen. Onze gids en secretaris Richard Boddaert beleefde zijn hoogtepunt in 1936 door te titel van clubkampioen te veroveren voor de onklopbaar gewaande Decoster. Het lidgeld van 35 frank lijkt peanuts, maar ik zoek nog altijd een economist/schaker die mij weet te vertellen hoeveel 1 frank in die tijd ongeveer waard was. Volgens mijn opzoekwerk moet dit berekend worden met de index van de consumptieprijzen en bijpassende omrekeningscoëfficiënten en zou dit neerkomen op ongeveer 1100 frank, dus 27 euro wat toch wel gevoelig lager ligt dan nu (de mensen dan kregen er uiteraard ook minder voor terug, zoals de fenomenale lessen die heden ten dage worden aangeboden :-)). En net zoals vandaag waren de rijkste mensen toen vaak diegenen die het minst graag hun centen uitgaven. Misschien dat ze met die houding rijk geworden zijn natuurlijk…

 

 

De zoektocht naar sponsors leverde uiteindelijk 7950 frank op, met de vorige berekening komt dit neer op 250000 frank, toch zo'n goeie 6000 euro. Bovendien kon het bestuur het tornooi laten plaatsvinden in het prestigieuze Kursaal, net zoals in het begin van de eeuw, fantastisch toch!

 

 

1936

Hét grote jaar waarin opnieuw wordt aangeknoopt met de traditie van de grote internationale Oostendse tornooien van 1905 en 1906. De organisatie van zo‘n evenement is natuurlijk niet van de poes, zoals blijkt uit het verslag van Boddaert:

 

 

Gelukkig voor ons lijkt Boddaert een eerlijk man, die de zaken min of meer probeert weer te geven zoals ze indertijd waren, zonder verbloemingen waar de meeste geschiedschrijvers wel eens aan zondigen (schrijver dezes is waarschijnlijk geen uitzondering…). In de toenmalige tijden zonder smartphones en email verliep de communicatie blijkbaar heel wat moeilijker. Het verhaal met meester Stahlberg is een leuke anekdote die de problematiek treffend illustreert, jammer genoeg zat er bij de KOSKers geen duivenmelker die postduiven kon versturen (nu gemakkelijk te bestellen via www.comcomcom). Verder moesten onderhandelingen gevoerd worden met de Stadsdiensten, het Kursaal, Oostende-Plage en talrijke hoteliers. Het toenmalige bestuur (met vooral Boddaert, Patfoort en Viane) had zijn handen meer dan vol met de organisatie van dit grootse tornooi. Het resultaat mocht gezien worden : een prestigieus evenement met 10 topspelers (Grob, Landau, Thomas, Reilly, Soultanbeieff, Domenech, Stahlberg, Lundin, Rey en Dyner) die het in een round-robin tegen elkaar opnamen. Voor de geïnteresseerden: in het archief van de Kosk zit nog een tornooiboek met een selectie van enkele partijen voorzien van commentaar. Wie een digitale kopie wil, kan een mailtje sturen naar bestuur@kosk.be

 

 

 

Het tornooi werd gespeeld in april en mei. Kort hierna bewoog er ook heel wat op internationaal politiek vlak. In de zomer van 1936 brak de burgeroorlog uit in Spanje en dit had gevolgen tot in Oostende (zo werden heel wat Spaanse vluchtelingenkinderen opgevangen in onze stad) en ook de dreiging van de tweede wereldoorlog werd steeds groter. Hitler werd in 1933 tot rijkskanselier benoemd en transformeerde de Weimarrepubliek in het Derde Rijk en kon zijn macht steeds verder uitbreiden. Dit is echter voor de geschiedenisboeken, want hier proberen we de geschiedenis van de KOSK te reconstrueren, en dit is al (meer dan) voldoende werk…

 

 

Luncin won het tornooi met een topscore van 7,5 op 9 (enkel remise tegen Stahlberg en verlies tegen Dyner). De tweede in de stand Grob had maar liefst anderhalf punt minder!

Volgens mijn berekeningen kwamen de totale uitgaven neer op een dik half miljoen Belgische Frank of meer dan 12500 euro! Het zou fantastisch zijn mochten we dit nog eens kunnen doen (bijv. bij het 100-jarige bestaan van de KOSK), maar jullie merken dat het een serieus huzarenstukje is om dergelijk toptornooi te organiseren.

 

 

Boddaert looft terecht de vele leden van de OSK die zich ingezet hebben om dit tornooi tot een goed einde te brengen, maar zijn citaat van Machiavelli verwondert mij. Ik vind het niet terug en heb geen idee waar en wanneer hij dit zou geschreven hebben. Ik weet wel dat Machiavelli de mensheid niet al te hoog inschatte. In ‘Il Principe’ schreef hij bijvoorbeeld het volgende : ‘Of mankind we may say in general they are fickle, hypocritical, and greedy of gain’, maar dan in het Italiaans :-)

1936 was een fantastisch jaar voor de KOSK, maar een minder fantastisch jaar voor de geschiedschrijver van de KOSK. Ik heb namelijk enkel nog maar verteld over het internationale tornooi, maar dat was lang niet het enige wapenfeit. Heel opmerkelijk is dat tijdens de periode dat ik dit schrijf (zomer 2017) tijdens een wandeling op de dijk mijn oog viel op de tijdelijke fototentoonstelling in de Venetiaanse gaanderijen. Het toeval is wonderbaarlijk (Max Frisch zegt dat ‘Een toeval is dat wat je toevalt als je er voor open staat’) want de tentoonstelling ging net over de zomer van 1936. Het blijkt dus dat Stefan Zweig ook in Oostende zat in 1936. Misschien heeft hij wel op ons internationaal tornooi inspiratie opgedaan voor zijn schaaknovelle die hij schreef vanaf 1938.

 

 

 

De KOSK speelde een vriendschappelijk tornooi tegen Noord Frankrijk en ook hier zit er een knipoog naar het heden want in interclub spelen enkele Noord Franse schakers in de eerste ploeg. Ook tegen Verviers werd een match gespeeld. Aan de basis voor het spelen van deze matchen lag natuurlijk het interclubprobleem en het BSB probleem. Jullie konden al lezen dat het probleem (dat blijkbaar vooral te maken had met verplaatsingsonkosten) werd opgelost door het voorstel van Boddaert zelf. Straf jaartje en ook 1937 zou de geschiedenisboeken in gaan (boeken hé, niet enkel op www.kosk.be :-))

 

 

 

1937

 

 

In het clubkampioenschap werd de pikorde weer enigszins hersteld en won Decoster intussen al voor de zesde keer. Blijkbaar is de geschiedenis van de Brugse Schaakring nauw verweven met deze van de OSK. In de oorlogsjaren hebben Teetaert en Vantuyne een grote steen bijgedragen maar over deze periode heb ik jammer genoeg bitter weinig materiaal. Misschien verdwenen met de hoop boeken die Hitler verbrandde (hij had er beter wat meer gelezen in de plaats…)

1937 was een scharnierjaar voor de nationale interclub. Boddaert verwezenlijkte mee het samenwerken van Belgische en Vlaamse schaakbonden waardoor heel wat meer clubs meededen. De OSK won het kampioenschap in tweede categorie dat bestond uit 2 gedeelten: eerst werden ze kampioen van de regionale groep en in de finale van alle regionale groepen versloegen ze Antwerpen. Hiermee promoveerde de OSK naar de eerste categorie, iets waar we tegenwoordig alleen nog kunnen van dromen (hoewel we er een paar keer dichtbij zijn geweest).

 

 

 

In 1937 verhuisde de OSK naar Café de la Bourse in de Kerkstraat. Hiervoor waren er diverse redenen maar de voornaamste springt toch in het oog: ‘schaakspelers zijn doorgaans geen drinkebroers en geen goede klanten voor een cafébaas.’ Nu heb ik dus de reden achterhaald waarom zovele KOSKers wel veel pintjes drinken : we willen gewoon ons lokaal behouden!

De toenmalige KOSKers dronken echter te weinig en mochten niet meer spelen in de zomer (omdat er dan waarschijnlijk andere klanten die wel dronken voorrang kregen). Ze zochten en vonden een nieuw café in de Kerkstraat waar ze een aantal jaren konden blijven. Op internet heb ik het volgende gevonden, maar meer informatie is zeker welkom!

 

 

Jammer genoeg ben ik hier mijn trouwe gids Boddaert kwijtgespeeld. Hij schreef zijn stukje geschiedenis in het jubileumjaar 1950 (25-jarig bestaan van de OSK) en kort na de vieringen (een raadsel of de viering zelf er iets mee te maken had) begon hij wat te sukkelen met zijn gezondheid. In het clubboekje nummer 12 van ‘Pat’ staat het volgende slechte nieuws te lezen :

 

 

 

Nummer 12 van ‘Pat’ is ook het laatste nummer dat in het archief was terug te vinden. Dus ik weet niet of er nog meer nummers zijn verschenen en of Richard Boddaert nog uitleg heeft geschreven over de volgende jaren. Hierbij een warme oproep aan alle ‘oude’ KOSKers om op zoek te gaan naar meer materiaal dat mij kan helpen om het mooie verleden te reconstrueren. Je zal beloond worden met mijn eeuwige dank en een smakelijke consumptie naar keuze.

Vanaf midden 1937 moet ik dus op zoek naar ander archiefmateriaal. Gelukkig werd in 1937 het huzarenstukje van 1936 herhaald met een nieuw groot internationaal tornooi van 11 tot 20 april in het Kursaal en heb ik daar een tornooiboekje van (voor de geïnteresseerden kan opnieuw een kopie gezonden worden na een mailtje naar bestuur@kosk.be).

Protagonisten waren opnieuw het bestuur van de OSK met als leidende figuren erevoorzitter Ernest Van Glabbeke en voorzitter Viane. De toenmalige burgemeester van Oostende was E. Moreaux en de hoofdprijs was 2000 frank (in totaal meer dan 10000 frank aan prijzengeld). De deelnemers waren nog sterker dan in 1936 met als meest opvallende figuren Fine, Keres en Tartakower. Hieronder een foto van het indrukwekkende tiental :

 

 

Het hoofdtornooi was veel spannender dan in 1936 en uiteindelijk werd het een gedeelte overwinning voor Grob, Fine en Keres met 6 op 9.

 

 

Hier merk je eigenlijk ook de relatieve sterkte (of zwakte…) op van de Oostendse spelers. Meervoudig clubkampioen Decoster eindigt op de laatste plaats van het reserventornooi, voetjes terug op de grond…

1938

Zoals jullie weten, ben ik voortaan aangewezen op los onsamenhangend archiefmateriaal om de geschiedenis van onze mooie club te achterhalen. En ik kan jullie verzekeren dat het archief minstens even chaotisch is als de KOSK op een vrijdagnacht.

In interclub was men volop aan het experimenteren. De eerste reeks bestond uit 7 ploegen: Cercle de Bruxelles, Cercle Edgard Colle, de OSK, Het Schaakbord, Antwerpen, Gent en Luik die elkaar elk twee keer bekampten. In de tweede (7 deelnemende ploegen) en derde reeks (13 deelnemende ploegen) waren er kampioenschappen van Vlaanderen, Wallonië en Brabant. De winnaars namen het in een eindronde tegen elkaar op. Het kampioenschap startte in januari en men moest zich inschrijven bij tornooidirecteur E. Van Sevenant van Gent. De ploegen bestonden uit 4 spelers en indien de verplaatsingen heel ver waren, werd soms afgesproken om de match te spelen in een schaakclub die centraal gesitueerd was. Dit zorgde voor moeilijkheden met Luik want de spelers van Oostende zagen het niet zitten om eerst een enorme verplaatsing te maken en dan nog 5 uur te spelen (het tempo toen was 36 zetten in 2 uur) en vroegen dus om in Brussel te spelen. De spelers van Luik waren blijkbaar niet akkoord om dit te doen en dit leidde tot een fameus heen- en weergeschrijf. Tornooidirecteur Van Sevenant bewoog hemel en aarde om een oplossing te vinden (door bijvoorbeeld arbitrage te vragen na 5 uur spelen, dat werd in die tijd blijkbaar vaak gedaan…) en uiteindelijk werden beide ploegen verplicht de match in Brussel te spelen. Secretaris Teetaert kreeg daarop nog een resem berichten van Luik die de overwinning door forfait wou opeisen. Uiteindelijk deed Liubarski van Luik een verzoeningsvoorstel aan Teetaert waarbij hij voorstelde dat Oostende op een datum naar keuze van Luik zou komen en dat, indien de Oostendenaars hiertoe niet bereid waren, de spelers van Luik zelf naar Oostende zouden komen. Teetaert vond deze reactie heel vreemd en weigert dit. Uiteindelijk wordt er beslist dat de match gespeeld wordt in het lokaal van Antwerpen. Of hoe het vroeger toch niet altijd beter was…

In het Belgisch kampioenschap werd het Sonneberger scheidingssysteem ingevoerd bij ex-aequo en was er een prijs van 1000 frank voorzien voor de winnaar (totale prijzenpot van 6500 frank). Het kampioenschap vond plaats in het Casino van Namen in september 1938 en de partijen werden na vijf uur spelen afgebroken waarna de speler die aan zet was zijn zet in een omslag moest steken. Het tempo op dit kampioenschap was 40 zetten in 2,5 uur en daarna 16 zetten per uur. Het afbreken van partijen gebeurde vroeger wel vaker, in het begin van mijn schaakcarrière heb ik dit ook enkele keren gedaan. En dan vrienden optrommelen om de stelling uren aan een stuk te analyseren. Tijdrovend, maar best leerrijk en gezellig :-)

O’Kelly de Gallway werd voorgesteld voor de meestertitel. Dit gebeurde in die tijd door de Belgische Schaakbond. Boddaert stond nog steeds in voor de financiële toestand van de BSB.

Koltanowski, die we nog kennen van vroeger, behaalde het wereldrecord blindspelen. In het archief zat trouwens een brief van Koltanowski aan Boddaert met de vraag of het internationaal kampioenschap ook in 1938 zou plaatsvinden. In het archief zit verder een brief van Lodewijk Prins met dezelfde vraag en tenslotte heb ik ook de volgende brief gevonden van de bekende Duitse schaker Jacques Mieses (meer info vind je hier)

 

 

Ik heb verder heel wat brieven gevonden waarin de aanvraag werd gedaan voor subsidies voor een tornooi in 1938, maar dit heeft jammer genoeg niet plaatsgevonden. De echte reden weet ik niet zeker, maar het zal een combinatie zijn van de internationale politieke toestand en het gebrek aan subsidies van het stadsbestuur vermoed ik.

In de OSK was er blijkbaar ook een conflict tussen Gooris en Boddaert die ontstond met een brief waarin Boddaert sponsoring voor de club vroeg van Gooris. Blijkbaar schoot dit in het verkeerde keelgat en Gooris dreigde ermee de club te verlaten. Teetaert slaagde erin met enkele gerichte brieven het brandje te blussen. Teetaert bleek dus een uitstekend diplomaat en zou later de KOSK meer dan 35 jaar leiden! Ter illustratie van zijn diplomatiek talent de brief die Teetaert verstuurde aan Gooris :

 

 

De OSK speelde ook een dubbele vriendenmatch tegen Brugge op 10 borden. Ik vond eveneens de adressen terug van enkele leden, waaronder de belangrijkste :

Boddaert, R. : Chée de Thoourout (Torhoutsesteenweg) 38
Teetaert, F. : Rue du Chanvre (Hennepstraat) 53
Viane, J : Chée de Nieuport (Nieuwpoortsesteenweg) 50

Boddaert en Viane zaten bovendien allebei in het bestuur van de Belgische Schaakbond, Boddaert als schatbewaarder en Viane als ondervoorzitter (voorzitter was Van de Wouwer uit Antwerpen). De OSK was dus een belangrijke schakel in het schaakwereldje.

1939

In 1939 komt de dreiging van de oorlog natuurlijk wel heel dichtbij. Toch blijft het schaakleven doorgaan. De interclub wordt nog altijd gespeeld vanaf januari (de eerste vergadering over deze interclubs was 15 januari 1939 en men ging in februari van start), dus dat is wel handig als je een overzicht per kalenderjaar maakt :-). Dezelfde 7 ploegen als het jaar voordien speelden in eerste klasse, dus het systeem met stijgers en dalers zal pas later in voege komen. Ik zal mij het leven iets gemakkelijker maken en niet te veel vertellen over het Belgische schaakleven, het is tenslotte de bedoeling de geschiedenis van de Kosk uit de doeken te doen.

De eerste ploeg van de OSK bestond in 1939 uit Gooris, Pepers, Decoster en Boddaert. Zij hadden het moeilijk want dienden het op te nemen tegen spelers als O‘Kelly (Brussel), Dunkelblum (Antwerpen) en Soultanbeieff (Luik). De OSK had ook een ploeg in tweede en derde (daar werden dus eerst regionale kampioenschappen afgewerkt en achteraf een finale gespeeld), telkens bestaande uit ploegen van 4 spelers. In de individuele Belgische kampioenschappen zat geen enkele Oostendse speler in de meesterklasse (bestaande uit Devos, Dunkelblum, O‘Kelly, Sapira, Soultanbeieff, Van Seters, Cherubim, Jerochoff en Perlmutter), maar speelde Pepers wel mee in de tweede reeks (réserve A).

In het clubkampioenschap werd Pepers clubkampioen. Wel opmerkelijk is dat het clubkampioenschap in 1939 uit 3 categorieën bestond: eerste categorie met Pepers, Decoster en Boddaert die elk twee matchen tegen elkaar speelden. Pepers en Decoster hadden allebei 3 op 4 en iedereen die een minimum aan wiskunde beheerst, zal weten dat Boddaert dus geen punten behaalde. In een testmatch versloeg Pepers Decoster met 3-1. In tweede categorie speelden 4 spelers (Van Lierde, Maler, Vantuyne en Van Herreweghe) twee keer tegen elkaar en won Van Lierde met 4 op 6. In derde categorie tenslotte speelden 10 spelers elk 1 keer tegen elkaar en won Teetaert samen met Pivert met 6/9.

Het internationaal tornooi kon opnieuw niet ingericht worden, maar de schakers van de OSK zorgden voor een mooi alternatief. Ze (en hier speelt secretaris Teetaert alweer een prominente rol) organiseerden een ontmoeting tussen een ploeg van Nederland (de helft Zeeuwen en de helft Brabanders), (Noord-)Frankrijk en België in alweer het Kursaal op 18 juni 1939. Hiervoor werden opnieuw tal van brieven geschreven en moesten heel wat spelers en materiaal 'uitgeleend' worden van bevriende clubs (tientallen clubs werden aangeschreven zoals Knokke, Brugge, Gent, Brussel, …). Van elk land waren er 40 deelnemers en voor België kwamen die dus echt uit alle hoeken van het land. In dit driehoekstornooi won België na winst tegen Frankrijk met 13-7 en tegen Noord-Brabant met 7-13. De stand was dus België op 1 met 26 punten, Nederland op 2 met 19 punten en tenslotte Frankrijk met 15 punten. Het stadsbestuur van Oostende droeg zeker ook haar steentje bij, de OSK kreeg 4000 frank voor het inrichten van het tornooi. Het feit dat ere-voorzitter van de Kosk Van Glabbeke toen schepen van onderwijs was, zal zeker meegespeeld hebben.

De officiële uitnodiging van het driehoekstornooi :

 

 

1940

Op 10 mei 1940 viel het Duitse leger België binnen. Door de Duitse bezetting was er vaak een samenscholingsverbod waardoor de KOSK tijdelijk de deuren diende te sluiten. In een krant van 1955 lezen we volgende uitleg over de toenmalige gebeurtenissen:

 

 

In de oorlogsjaren werden dus de stevige funderingen gelegd voor een grotere en sterkere club en vlug na de oorlog zal dit als gevolg hebben dat er al vlug moest uitgekeken worden naar een groter lokaal. Volgens enkele bronnen kwamen schakers ondermeer samen in een cafeetje bij Petit Paris (‘Chez Hilaire’ volgens Jef Deweerdt maar dit heb ik (nog) niet teruggevonden). Ik heb bitter weinig documentatie over wat er gebeurde tijdens de oorlogsjaren, misschien is deze samen met andere boeken verbrand op de stapel van A.Hitler (hij had beter wat meer boeken gelezen ipv ze te verbranden…). Wie nog informatie heeft uit deze periode of een idee heeft waar ik dit kan vinden, mag altijd een mailtje sturen naar Yen

De Belgische Schaakbond deed wel nog pogingen om mensen te laten schaken:

 

 

Het laatste document dat ik in mijn bezit heb, zijn de agendapunten van de vergadering van de BSB van 30 september 1940. Daarna wordt het zwart…

1941

In 1941 was er nog steeds oorlog en dus nog steeds was de OSK officieel gesloten (hoewel er officieus wel gespeeld werd zoals ik al vertelde). Er valt dus niet veel te vertellen…

1942

Intussen zal de aandachtige lezer al doorhebben dat over 1942 eveneens weinig te vertellen valt wegens WOII.

1943

Den Duits was nog altijd in het land, dus ‘no news from the western front’…

1944

Geen leuke jaren voor de Belgen en dus ook niet voor de schakers van de OSK. Enkel handig voor geschiedschrijvers die een writers block hebben…

Toch werd er wel nog geschaakt, O’Kelly werd bijvoorbeeld Belgisch kampioen in het schaken per briefwisseling 1943-1944.

© 2013 – 2018 Olivia & Michaël